hero
Laatste nieuws / 2026
Jeroen Krabbé: ‘Niet over Meppel naar Parijs gaan, hield Melle me voor’ 

Liefhebbers vertellen over hun favoriete Melle-kunstwerk. Als eerste acteur en kunstschilder Jeroen Krabbé (1944), oud-leerling van Melle.

Jeroen Krabbé: „Melle heeft een enorme rol gespeeld in mijn leven. Ik heb een jaar lang les van hem gehad, op zaterdagochtend, samen met drie anderen. De aanloop naar die lessen was nogal wrang. Marino, het 12-jarig zoontje van actrice Sylvia de Leur en haar man Aart Gisolf [de televisiedokter], verongelukte in 1975 voor de ogen van zijn moeder. Op de fiets werd hij overreden door een cementwagen.

„Een paar maanden later belde Melle bij het echtpaar aan. Hij had hen leren kennen toen hij samen met Sylvia op televisie was geïnterviewd door Berend Boudewijn. Toen Gisolf opendeed vroeg Melle: ‘Jongen, heb je een kopje koffie voor de schilder?’ Een week later kwam Melle weer onaangekondigd langs. Bij die gelegenheid vroeg hij aan Gisolf: ‘Jij tekent toch graag? Weet je wat we gaan doen, we beginnen een tekenclubje. Vraag jij nog maar een paar mensen, gaan we samen modeltekenen.’

„Toen Aart me daarvoor uitnodigde jubelde ik. Ik had in 1972 Melle’s grote overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam en het Gemeentemuseum in Arnhem gezien. Ik vond hem een held, een tovenaar. Als ik een toneelvoorstelling had gespeeld, reed ik destijds wel eens naar zijn huis aan de Weteringschans. Soms kon je Melle voor het raam zien schilderen. Vanuit mijn auto zat ik dan een uur naar hem te kijken.

„Een jaar lang kwamen we op zaterdagochtend bij Sylvia en Aart thuis samen. Ellen van Hemert [actrice en kunstschilder] was daar ook bij. Met houtskool tekenden we steeds dezelfde vrouw, een door Melle geregeld naaktmodel. Op die ochtenden leerde ik lessen waar ik nog steeds plezier van heb. Melle ging soms achter me staan, legde een hand op mijn schouder en fluisterde dan: ‘Jongen, je moet niet op je faillissement doorgaan.’ Dus niet blijven ploeteren als een tekening mislukt, maar verscheuren en een nieuw blad papier pakken. Zo strooide hij voortdurend met oerwaarheden. ‘Niet over Meppel naar Parijs gaan’, maar het simpel houden. Als tegenprestatie verlangde hij van ons iedere zaterdag tompoezen. Die moesten we kopen bij banketbakkers met blondharige vrouwen achter de toonbank. Dan zag je losse haren niet op het gebak, zei hij.

„Op 27 mei 1976 zou Melle 68 jaar worden. Een paar dagen daarvoor bood het tekenclubje hem een etentje aan in een restaurant in Loosdrecht. Bij een banketbakker hadden we een reuzentompoes laten maken en in een sekswinkel had ik daar een grote dildovormige kaars bij gekocht. Die taart met pik lag achter in mijn auto, dat zou ons toetje in het restaurant worden. „Tijdens het etentje haalde Melle vier enveloppen uit zijn binnenzak. Daar zat een mooie litho van hem in, De kwaadspreker, die hij aan Sylvia, Ellen en mij overhandigde. En voor wie is de vierde envelop, vroeg ik. ‘Die is voor de Messias’, antwoordde Melle. Halverwege het hoofdgerecht ging hij even naar buiten voor wat frisse lucht. Toen hij op de parkeerplaats op een rare manier over een auto hing, schrok Aart, de arts onder ons. Hij is meteen met Melle naar een ziekenhuis gegaan. Een half uur later kwam een ober naar onze tafel, een telefoontje voor Sylvia, van haar man. Huilend kwam ze terug aan tafel. ‘Niet weer, niet weer’, herhaalde ze eerst alleen maar. Daarna vertelde ze dat Melle aan een hartaanval was overleden.

 

Lees meer